Op dinsdag stapten we in de auto met de bedoeling naar Nǽstved te rijden, maar halverwege zagen we het schild richting Møn. Ach waarom niet, de zon brak door en het leek ons leuk de beroemde Møns Klint met een bezoek te vereren. We dachten dat we er met een paar minuten wel zouden zijn, maar niets leek minder waar. Het eiland Møn is groter dan we dachten. Het was nog ruim drie kwartier rijden, maar we werden niet teleurgesteld. Met nog ettelijke honderden andere toeristen lieten we ons verleiden de witte klippen te bestijgen en te bedalen.
Møns Klint is een uniek natuurgebied: Niet alleen
vanwege de spectaculaire afgronden en het mooie bos, maar ook vanwege haar
orchideeën. Op het hoogste punt kijkt men 128 meter naar beneden. Geheel
ongevaarlijk is het trouwens niet, daar in 1988 nog een stuk afbrak en in zee
stortte . Bij helder weer kun je Zweden zien liggen.
De krijtrotsen van Møn zien er werkelijk spectaculair uit. Ze zijn miljoenen
jaren geleden tijdens het Krijt ontstaan toen microscopisch kleine diertjes met
hun kalkschalen naar de bodem van het tropisch meer zonken (75 miljoen jaar
geleden). In de miljoenen jaren daarna werd de kalkbodem langzaam maar zeker
steeds meer naar boven gedrukt. Een miljoen jaar geleden bij aanvang van de
IJstijd werden de 100 meter dikke kalklagen door de gletsjers bewerkt. Het zich
terugtrekkende landijs aan het eind van de IJstijd zorgde ervoor dat de
rijtondergrond in Møn nog meer ging stijgen. Sinds het einde van de IJstijd
brokkelt de steile kust steeds meer af, vooral na hevige regenval. Het Krijt en
de IJstijdafzettingen vallen in zee en worden snel weggespoeld. De gewassen
vuurstenen blijven op het strand achter.
Het leuke is dat je op het strand stukken krijt vindt met fossiele afdrukken.